“In gel*l kan je niet wonen...”

Woorden van de legendarische Amsterdamse politicus Jan Schaefer. Ze schoten me te binnen naar aanleiding van onze voorbereidingen voor de tijdelijke opvang voor vluchtelingen in onze gemeente. Op de eerste dag van de herfstvakantie deed het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, een klemmend beroep op onze gemeente: of wij voor drie tot zes dagen zogenaamde ‘crisisnoodopvang’ konden bieden voor een honderdtal vluchtelingen. En dat dan wel liefst binnen een paar dagen, want de vluchtelingenstroom klotst de staatsecretaris inmiddels over de schoenen…

Eerste reflex is natuurlijk om onze ‘ambtenaar rampenbestrijding’ in stelling te brengen. In ons gemeentelijk rampenplan hebben we al het nodige aan voorwerk gedaan voor het opvangen van geëvacueerden bij een ramp. Wat ligt er meer voor de hand dan ook nu volgens die routine aan het werk te gaan?

Een goed vertrekpunt, maar een vertrekpunt dat ons al snel met de grenzen van onze mogelijkheden confronteert. Waren we vroeger als gemeente gehouden ons rampenplan volledig zelf te bemensen (geen doen voor kleinere gemeenten), inmiddels is de personele invulling van het rampenplan geregionaliseerd. Dat maakt dat je bij een rampsituatie alleen de werkelijk voor hun rampentaak gekwalificeerde en gemotiveerde medewerkers inzet, terwijl het door dag en tijd de opleidings- en trainingslast voor de individuele gemeenten vermindert. Een win-win situatie dus.

Keerzijde is echter dat wij nu voor het organiseren van het in het rampenplan omschreven ‘proces opvang slachtoffers/geëvacueerden’ een maar zeer gedeeltelijke bezetting beschikbaar hebben binnen de eigen gemeente. Namelijk alleen die mensen die van onze gemeente uit een rol hierin vervullen binnen regionaal verband. Waarbij we, omdat er van een echte rampsituatie geen sprake is, voor aanvulling geen beroep kunnen doen op de collega-gemeenten in de regio. Die zitten bovendien zelf al vaak in eenzelfde situatie omdat ze ook vluchtelingennoodopvang leveren.

Tot overmaat van ‘ramp’: het is herfstvakantie, zo’n 40% van onze collega’s viert vakantie en dus moeten we het zien te rooien met de 60% die wel ‘in huis’ is. Een interessante uitdaging, vooral omdat alles binnen een paar dagen moet zijn gefixt…

Dan bewijst zich de waarde van onze systematiek van het werken met opdrachten. Heel gemakkelijk wordt het proces opgeknipt in samenhangende onderdelen en wordt ieder onderdeel toebedeeld aan een werkgroepje. Natuurlijk hebben de ‘zaakdeskundigen’ binnen die werkgroepjes een rol, maar voor de rest vindt de invulling plaats op basis van de krachten en talenten van onze beschikbare medewerkers. Ongeacht hun dagelijkse rol binnen de organisatie. Niet anders dan dat we normaal ook werken, alleen nu in een hogere versnelling.

En omdat dit is zoals we normaal ook werken, voelt het vertrouwd en pakken de collega’s met vanzelfsprekendheid hun nieuwe taken, hun nieuwe uitdagingen op. Waarbij de focus minder ligt op beleidsplannen en draaiboeken dan op praktische checklists en gezond verstand. Geen oeverloos overleg en veelheid van geschrijf, maar de mouwen opstropen en met elkaar en met onze inwoners aan de slag. Want in gel*l kunnen ook ‘onze’ vluchtelingen niet wonen. Zelfs niet voor maar zes dagen…

Over de auteur - Alfred Ballast

Alfred BallastVrije denker, die de samenhang der dingen ziet en vanuit zijn HR-invalshoek graag met anderen naar nieuwe oplossingen werkt. 

Deel deze blog!

1 comment on “Blog – In gel*l kan je niet wonen…”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *